BEGROTING 2021

Paragrafen

Financiering

Rente en kasgeldlimiet

Een belangrijke doelstelling van de treasuryfunctie is het voeren van een risicomijdend treasurybeleid. Om dit te realiseren is in het Treasurystatuut vastgelegd dat de gemeente alleen leningen aan derden mag verstrekken voor de uitoefening van haar publieke taak. Ook het aantrekken van gelden moet risicomijdend zijn.

Naast risicomijdend gedrag bij het aantrekken en uitzetten van gelden is het ook van belang dat we renteschommelingen oftewel renterisico's voorkomen. Het renterisico wordt in beeld gebracht met behulp van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten gebruikt de provincie bij het uitoefenen van haar toezichthoudende taak.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal met rood-staan en kortlopende geldleningen mag financieren. De limiet is 8,5% van het bedrag van de exploitatielasten in de begroting. Op basis van de huidige financieringsbehoefte verwachten we dat we in 2021 voor een bedrag van ongeveer € 7 miljoen langlopende leningen aan te moeten trekken. Dit in tegenstelling tot de voorgaande jaren. Pas na drie opeenvolgende kwartalen overschrijding van de kasgeldlimiet is de gemeente verplicht om kasgeldleningen om te zetten in een langlopende lening. De ervaring in de afgelopen jaren is dat in het eerste kwartaal door seizoensinvloeden het benodigd kortlopend krediet het hoogst is. Het kortlopend krediet daalt naar het laagste niveau in het derde kwartaal.

Hieronder volgt een grafiek van het kasgeldlimiet 2020-2024 en het benodigd kortlopend krediet in miljoenen € per 1 januari:

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Deze norm is bedoeld om door de jaren heen tot een goede opbouw van de leningenportefeuille te komen. Door een goede opbouw wordt het renterisico door renteaanpassingen en herfinanciering van de leningen van jaar tot jaar voldoende beperkt. Het renterisico wordt bepaald op basis van de aflossingsbedragen van onze leningen in de toekomstige jaren. Deze moeten (her-)gefinancierd worden tegen het dan geldende rentepercentage, als de kasgeldlimiet wordt overschreden.

De renterisiconorm is gebaseerd op de verwachte meerjarige begrotingscijfers. Door maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar af te lossen vermijden we te grote renteschommelingen op de langlopende leningen. De rentelasten leggen beslag op de begrotingsruimte en zijn nadelig voor onze gemeentelijke financiële positie.

De rente op langlopende leningen staat voor langere tijd vast en daarmee wordt het renterisico sterk beperkt.

Hieronder volgt een grafiek van de renterisiconorm t.o.v. het renterisico 2020-2024:

Deze pagina is gebouwd op 10/13/2020 15:29:16 met de export van 10/13/2020 14:31:17